HomeFAQC. Procedure

C. Procedure

1. Wanneer moet de traceerbaarheidsprocedure worden gevolgd?

Niet verdachte grond:

-         < 250m³: geen documenten nodig voor het grondverzet
-         > 250m³: documenten nodig:
1)      conform verklaard technisch verslag
2)      grondverzettoelating nodig voor hergebruik en/of transport van de uitgegraven bodem.
3)      bodembeheerrapport na afronden van het grondverzet
 
Verdachte grond:
-         Altijd documenten nodig:
1)      conform verklaard technisch verslag
2)      grondverzettoelating nodig voor hergebruik en/of transport van de uitgegraven bodem.
3)      bodembeheerrapport na afronden van het grondverzet
-         Uitzondering:
1)      Totale uitgraving < 250m³: toepassing binnen de kadastrale werkzone volgens code van goede praktijk.

Bijzonder:

-         grond afkomstig uit bodemsaneringsproject: geen documenten nodig als gebruik volgens voorwaarden conformiteitsattest.
-         voor transport naar tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging : geen technisch verslag nodig.
-          Bij hergebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse (dit is aanleg en herstel van nutsleidingen, pijpleidingen en rioleringen en herstel van oevers en dijkprofielen): werken  volgens code van goede praktijk: geen technisch verslag, grondverzettoelating en bodembeheerrapport nodig. 

Een schematisch overzicht: Portable Document Format (PDF) Wanneer procedure volgen.pdf (pdf, 20 KB)

2. Welke stappen houdt de traceerbaarheidsprocedure in?

 Als de traceerbaarheidsprocedure dient gevolgd te worden, dan kan man de volgende stappen onderscheiden:

Is er een technisch verslag?

• Neen → De opdrachtgever moet een technisch verslag ter beschikking stellen.
• Ja → Is er reeds een conformverklaring?

o Neen → u kan via de website van Grondwijzer het technisch verslag indienen en een conformverklaring aanvragen.
o Ja → Is het een conformverklaring van Grondwijzer?

 Neen → Bestaande conformverklaringen worden gratis overgenomen. U kan het technisch verslag en de conformverklaring indienen via de website.
 Ja → Is er een definitieve bestemming bekend?

• Neen → Bij afvoer naar een tijdelijke opslagplaats of reinigingscentrum kan u via de website een grondtransportmelding doen. Bij afvoer naar een werftop moet dit ook gemeld worden aan Grondwijzer vzw.
• Ja → zowel voor hergebruik binnen de werf als afvoer naar een definitieve bestemming dient een grondverzettoelating aangevraagd te worden bij Grondwijzer vzw. Dit kan eenvoudig via de website van Grondwijzer vzw.

Is het grondverzet afgerond, dan vraagt men via de website een bodembeheerrapport aan. Men ontvangt een ontvangstverklaring die men ingevuld en ondertekend bezorgd aan Grondwijzer vzw. Bij een positieve beoordeling wordt het bodembeheerrapport afgeleverd.

Hier kan men de verschillende stappen schematisch vinden: Portable Document Format (PDF) procedure grondverzet.pdf (pdf, 20 KB)

3. Wie draagt de verantwoordelijkheid voor een technisch verslag, voor een grondverzettoelating, voor een bodembeheerrapport?

Technisch verslag:
De verplichting voor de opmaak van een technisch verslag ligt bij de initiatiefnemer grondwerken (de bouwheer). Deze verplichting kan overgenomen worden door een tussentijdse opslagplaats of een centrum voor grondreiniging of een vergunde inrichting (bv betoncentrale, keramische nijverheid), mits toestemming van de initiatiefnemer grondwerken.
Het technisch verslag moet opgesteld en conformverklaard worden vóórdat de uitgegraven bodem wordt gebruikt (voor afvoer van het terrein of hergebruik op het terrein).

Grondverzettoelating:
Vóór de start van de grondwerken dient de startdatum te worden meegedeeld aan de bodembeheersorganisatie door de uitvoerder grondwerken.
Vóór de verplaatsing/toepassing van de bodem dient een aanvraag grondverzettoelating te gebeuren door de uitvoerder grondwerken bij de bodembeheersorganisatie.
Het transport moet gebeuren met transportdocumenten.

Bodembeheerrapport:
Na de werken bezorgt de uitvoerder grondwerken een ontvangstverklaring (definitieve volumes en data) aan de bodembeheersorganisatie. Deze verklaring bevestigt de levering van de uitgegraven bodem overeenkomstig de grondverzettoelating.
De bodembeheersorganisatie levert een bodembeheerrapport aan de uitvoerder grondwerken.
Deze bezorgt een kopie aan de initiatiefnemer grondwerken en aan de eindgebruiker

4. Bijzondere procedure: afvoer in kleine hoeveelheden

Als een partij uitgegraven bodem wordt afgezet als bodem of bouwkundig bodemgebruik in partijen < 250m³ kan een andere procedure gevolgd worden voor het verkrijgen van een grondverzettoelating en bodembeheerrapport
Er dient slechts één bodembeheerrapport te worden aangevraagd, ongeacht het aantal bestemmingen. Een lijst van de verschillende bestemmingen dient wel te worden bijgehouden.

5. Bijzondere procedure: afvoer naar een tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum

Wanneer u naar een tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging rijdt, moet u enkel een grondtransportmelding doen als het gaat om onverdachte grond > 250 m³ of verdachte grond > 50m³.
U dient geen technisch verlag, grondverzettoelating en bodembeheerrapport aan te vragen.